blog

Rineke

integriteit en kunstmatigheid

Soms heb je zo'n week, waarin de zelfoverschatting het wint van de energie. Zo'n week, waarin je door een achtervolgende golf wordt overspoeld. Zo'n week heb ik deze week. Tot vanochtend vroeg (donderdag) was ik nog niet eens begonnen aan mijn nieuwe blog en dat is, zo dicht tegen de deadline aan (morgenmiddag), best spannend. Vorige week was door werk, (leuke) sociale gebeurtenissen, een feestdag en een aantal dagen voorbereidingen voor het komende kampeerseizoen heel erg beperkt in tijd. Ik heb toen natuurlijk wel mijn blog (over de kunstmatigheid van Serge Ramelli) geschreven, maar merkte dat ik er maandag, toen het stof was neergedaald, behoorlijk doorheen zat. De gevolgen van de lichte zelfoverschatting om een wekelijks blog te schrijven werden de afgelopen dagen duidelijk. Geen inspiratie.

Kunstmatigheid : the end

Naast een, waarschijnlijk tijdelijk, dipje in energie voor SPAGHETTI de afgelopen dagen, ben ik eigenlijk ook wel wat klaar met mijn thema kunstmatigheid. Dat thema groeide wat uit zijn krachten, maar ik kan het niet laten om het dan toch eerst af te maken. Ik denk dat het aantal van 6 berichten (inclusief dit bericht) wat te veel van het goede is. Voor mij wel, in ieder geval. Na deze week ga ik de kunstmatigheid dan ook verlaten om er een hele tijd niet meer op terug te komen. Volgende week heb ik een nieuw thema, maar dan voor maximaal 3 à 4 afleveringen. En natuurlijk weer fotografische overdenkingen; dat blijft...

Hoe ga ik dat doen, dat afscheid van de kunstmatigheid ? Vanzelfsprekend met een korte vertelling aan de hand van een aantal van mijn eigen foto's, maar ook zeker, zoals ik vorige week aankondigde, met een aantal foto's van een meester in kunstmatigheid : Rineke Dijkstra. En als finaal eindpunt van het einde van kunstmatigheid wil ik ook op een rijtje zetten wat ik nou eigenlijk aan deze serie berichten heb overgehouden. Ik schrijf niet alleen voor jullie, maar ook voor mijzelf; het helpt me om mijn gedachten te ordenen over dit soort thema's.

Rineke Dijkstra

Niet voor niets heb ik deze week voor de titel "integriteit en kunstmatigheid" gekozen. En inderdaad met het verbindende woord "en" tussen beide. Die begrippen kunnen namelijk prima samengaan. Dan bedoel ik niet in de vorm van Photoshop bewerkingen die wat uit de hand lijken te lopen en die daarmee een foto boeiend maken die dat niet op inhoudelijke gronden was, zoals in mijn bericht van vorige week een aantal beelden van Serge Ramelli. Nee, ik bedoel dan bijvoorbeeld de doordachte aanpak en voorbedachte seriematigheid waarmee Rineke Dijkstra te werk gaat. Ze denkt na over wat ze gaat fotograferen, over waarom ze dat doet, over wat ze wil en hoe ze haar intenties zo goed mogelijk verbeeldt. En ja, ze gebruikt natuurlijk ook technieken om die intenties zo goed mogelijk over te krijgen; technieken om (met mate) een effect te maken dat bijdraagt. Alles primair (maar niet noodzakelijk alleen maar) in dienst van de inhoud en daarmee integer én kunstmatig.

Rineke fotografeert

Sterker nog, ze is een wereldberoemde fotografe en hangt in nogal bekende musea, zoals het Tate en Guggenheim. Het lastige van beroemde fotografen is dat ze niet heel gemakkelijk te bereiken zijn. Van Rineke heb ik geen e-mail of website weten te vinden, zelfs geen agentschap. Wel heb ik een Facebook account gevonden dat echt van haar lijkt te zijn. Ik heb me als "vriend" aangemeld (eigenlijk ook kunstmatig, zo'n vriendschap via Facebook) en ik heb haar een tweetal berichten gestuurd over dat ik graag wat voorbeelden van haar werk in deze blog zou opnemen.

Zoals ik al schreef : Rineke fotografeert. Op haar Facebook is de afgelopen 2 maanden niets veranderd en ik heb nog geen reactie terug. Met het risico dat ik illegaal bezig ben door haar foto's te gebruiken (in mijn jeugd zou ik dit nooit gedurfd hebben, in de basis ben ik een gezagsgetrouwe schijterd), doe ik het toch. Ik ga een aantal foto's gebruiken die ze zelf op haar Facebook toont. Zoals we inmiddels weten; als je iets op Facebook zet komt het echt overal terecht.

strand 1

strand 2

Aan zee

Tijdens mijn studie aan de fotoacademie leerde ik het werk van Rineke Dijkstra kennen in de vorm van de foto's van jongeren aan zee; de serie Beach Portraits. In die serie toont ze jongeren die voor haar poseren op het strand in bijvoorbeeld Amerika, Polen, Engeland of Kroatië. In die foto's gebeurt niets, absoluut niets; sterker nog, dat is de sterke kant. Er is alleen een soort existentie voelbaar; de jongeren zijn daar op die plek, omdat ze op die plek zijn. Ze staan met tastbare onzekerheid en ongemakkelijkheid voor de camera in een afwachting van wat komen gaat.

Die transitie, dat snijvlak tussen wat is geweest en wat komen gaat, zit in dat ene moment; het moment dat ze er simpelweg zijn; op die plek. Er was iets en er gaat iets gebeuren. Ze bevinden zich op de grens van jeugd en adolescentie. Ze zijn hier en nu. Afwachtend zonder nieuwsgierigheid, omdat ze geen idee hebben wat er zou kunnen gebeuren. Om toch even terug te verwijzen naar één van mijn eerdere afleveringen: "every moment is a first frame; anything can happen (Sally de Winter)". Ik kan me van mezelf nog wel (in andere situaties) een dergelijk soort breekbare onzekerheid herinneren.

Wat maakt nou dat die serie kunstmatig is ? Belangrijkste aspect is de seriematigheid zelf. Om een serie te maken moet je een concept hebben; moet je jezelf aan kaders houden, aan de verbindende factor. Dat klinkt gemakkelijk, maar juist doordat er een verbindende overlapping in de foto's zit, is het lastig om een serie boeiend te houden. Door de verbinding loop je het risico inhoudelijk vrijwel identieke beelden te gaan maken. Je moet dus meer bedenken dan alleen de verbinding. En dat geheel moet een soort protocol worden; een kunstmatige mal, waarin je jezelf willens en wetens gaat beknellen.

Saaie series en boeiender varianten

Als ik een serie zou maken van close-ups van alle brievenbussen van huizen in mijn straat, zou ik me verbinden aan een vrij rigide kader. Reken maar dat een serie van 200 brievenbussen het risio in zich heeft knettersaai te worden; je hebt echt geen zin om simpele afbeeldingen van zoveel brievenbussen te gaan bekijken. Dat komt omdat de brievenbus, die dan tegelijk verbindende factor én hoofdonderwerp is, op geen enkele manier inhoudelijk boeiend is. En ook een iets groter beeld met de omgeving van het onderwerp, in dit geval de voordeur, is beter, maar niet spannend genoeg; het is ook dan te weinig.

Wanneer ik echter een serie zou maken waarbij ik eind van de middag / begin van de avond de voordeuren met brievenbus van iets meer afstand fotografeer en een deel van iedere foto zou bestaan uit een blik bij al die huizen naar binnen, dan wordt het een heel ander verhaal. Het verbindende deel (en misschien zelfs het visuele hoofdonderwerp) is dan de brievenbus, die je kunt zien als verbinding tussen binnenwereld en buitenwereld. Verder is er alleen een afgeslotenheid in de zin van deuren, ramen en muren. Toch zie je juist door een deel van die afgeslotenheid de andere kant van de brievenbus; de binnenwereld. Er zijn mensen in de woonkamer, lampen die aan staan, een televisie, aquarium, kaarsen of het zijn mensen met een feestje of een zieke op een bed voor een raam... Inhoudelijk een stuk spannender door die dubbele laag en door de mensen. Fotografisch is het beeld natuurlijk ook stukken spannender door het invallend donker in de buitenwereld en de lichten in de binnenwereld.

Terug naar zee

Hoewel ik zelf wat moeite heb (jaja, ze hangt wel in grote musea) om de Beach Portraits (in kleine plaatjes) van begin tot eind boeiend te vinden, snap ik wel dat er een groot verschil is met de close-ups van brievenbussen. Bij Rineke wordt de serie in de eerste plaats boeiend doordat het hoofdonderwerp, de mensen, boeiend is (dat is vaak zo; mensen boeien nou eenmaal). Er zijn zo veel details te vinden aan die jongeren, in wat voor zwembroek, bikini of ondergoed staan ze op het strand ? Hoe staan ze ? Hoe kijken ze ? Wat zijn hun emoties ? Wat is hun verhaal ? 

Technieken

Zoals gezegd, Rineke Dijkstra werkt volgens een soort protocol. Er zit meer in de gedachte achter de serie dan alleen de persoon, het strand en de zee. Kijk maar eens op Google (klik hier) om meer uit de serie Beach Portraits te zien. Eenvoudige technische dingen zijn bijvoorbeeld het standpunt (de camera staat laag) en je ziet bij een aantal beelden redelijk eenvoudig dat er geflitst is. Bij de rechter foto van de bovenstaande beelden (oranje bikini) zie je een schaduw van het ene been op het andere. Die flits is er niet zonder bedoeling; daardoor komt het onderwerp iets losser te staan van de achtergrond (die wordt relatief iets donkerder) en dus nog iets meer alleen en kwetsbaar. Waarom de andere foto niet geflitst lijkt te zijn kan ik je helaas niet vertellen.

Een tweede technisch punt is dat het onderwerp in het midden staat; je aandacht kan niet anders dan daar op gevestigd zijn. De achtergrond is bovendien niet echt spannend en meestal wat vager. Kortom, weer een techniek om de hoofdpersoon "alleen" te maken en daarmee de onzekerheid en ongemakkelijkheid te benadrukken.

Doordat ze een grootbeeld filmgebaseerde camera gebruikt (ongetwijfeld een zogenaamde technische camera) kan het beeld erg groot worden afgedrukt en toch een onwaarschijnlijke scherpte hebben. Door die grootte en scherpte kom je als toeschouwer heel dichtbij; je ziet zoveel details dat je er zelf haast ongemakkelijk van wordt om zo dicht bij te komen.

De techniek van het wachten

Die camera zorgt voor nog een laatste, misschien wel belangrijkste techniek. De bediening van zo'n camera is uit zichzelf al trager dan van een nieuwerwetse digitale camera, maar Rineke vergroot die vertraging tot de techniek van het wachten. Als je iemand fotografeert gaat die zich een houding geven. Je ziet dat heel sterk bij het maken van selfies, maar ook wanneer je bewust bent dat anderen je fotograferen neem je een 'houding' aan. Een soort zelfbescherming. Door te wachten, wachten, wachten, wachten, wachten zorgt een fotograaf er voor dat je die houding uiteindelijk moet laten vallen. Je veiligheid valt dan weg en je ziet kwetsbaarheid en nabijheid ontstaan. De onzekerheid en ongemakkelijkheid van de jongeren in Rineke's beelden wordt daardoor haast tastbaar. Mooi !

Helaas, niet meer van Rineke

Helaas, ik had ook graag nog haar zelfportret in het zwembad willen laten zien en nog een paar stierenvechters die, meteen na het (nogal eenzijdige) gevecht met de stier de arena verlaten, maar ik doe het niet. Aan de ene kant vanwege een lichte onzekerheid omtrent de intellectuele rechten, maar vooral omdat mijn bericht anders nog 2 keer zo lang zou worden 😉 Misschien een andere keer meer. Eerst wacht ik in ieder geval een reactie af.

Mijn eerste serie in opdracht

Niet lang nadat ik de fotoacademie had afgerond kreeg ik een opdracht van een bevriende communicator om voor een garagebedrijf een portretserie te maken, die als reclamecampagne voor een 4-tal automerken ingezet ging worden. Het ging om de merken Saab, Kia, Opel en Cadillac (die laatste weet ik niet zeker meer). Doel was om een samenhangende serie te maken waarbij voor ieder van die merken een portret met merk-herkenbaarheid moest worden gemaakt. Het was de eerste echte reclame-opdracht die ik had, dus ik heb me er extra hard voor ingezet. Compleet met een visagiste die ook een deel van de styling voor haar rekening heeft genomen.

Wat ik hetzelfde heb gedaan als Rineke Dijkstra is dat ik heb nagedacht. Ik heb deze serie gebaseerd op een gedachte, op een doel, op een protocol. Ik heb van tevoren bedacht wat ik wilde, hoe ik dat wilde, wat de verbinding zou zijn tussen de beelden, hoe ik de verschillende merken in verschillende personen en details zou kunnen uitdrukken en wat de serie boeiend zou kunnen maken. Anders is dat het een serie is die commercieel gebruikt moest worden.

Commercieel = anders

Het was niet alleen mijn eerste wat grotere opdracht, maar ook de eerste keer dat ik mensen portretteerde op een andere manier dan dat ik 'normaal' doe. Gewoonlijk zijn mijn geportretteerden min-of-meer afwezig en lijken een bijzaak in mijn beeld. Ik gebruik ook graag de techniek van het wachten om er voor te zorgen dat de 'houding' weg valt en liefst nog meer; dat de geportretteerde mijn aanwezigheid vergeet.

Dat kon natuurlijk niet in onderstaande serie. Hier kijken mijn modellen recht in de lens en zoeken ze juist contact met je. Ze zijn allemaal op hun eigen manier trots op hun 'eigen' automerk. Ze staan ergens voor ! Volgens mij is het niet heel moeilijk te raden wie er bij welk merk hoort... Ik ben eigenlijk nog steeds blij met dit resultaat. Later werd er een, door een ander gemaakte, vijfde foto toegevoegd aan de campagne. Toen ik die volledig uit de serie vallende foto zag werd me duidelijk hoe moeilijk het eigenlijk is om zo'n serie tot een samenhangend geheel te maken.

 

esmeralda

evert en stan

raymond

ben

Kunstmatigheid samengevat

Op 9 maart startte ik mijn beschouwingen over kunstmatigheid met een aflevering over niet-spontaniteit, over protocollen, richtlijnen en checklists. Ik constateerde toen dat het nadenken over de foto's die je wilt nemen, over het waarom en het hoe, er wel voor moet zorgen dat je keuzes maakt. Je wilt iets bereiken, iets laten zien, een boodschap vertellen. Om dat te doen moet je structureren en niet-spontaan te werk gaan. Als illustratie liet ik een aantal van mijn foto's zien die (buiten de gangbare regeltjes, maar binnen een zelf bedacht protocol) midden in de nacht zijn gemaakt. In het kennelijk duister van de nacht blijkt de wereld er nog gewoon te zijn, het verschil is alleen dat onze ogen hem niet kunnen zien. 

Op 16 maart schreef ik een bericht over de begraafplaats Cemitério dos Prazeres in Lissabon. Ik constateerde toen dat herinneringen en souvenirs vaak worden aangepast (of gemaakt) om zo goed mogelijk te kunnen her-leven. Filtering van herinneringen, aanpassingen, of het maken van (graf)-monumenten valt daar allemaal binnen. Kunstmatigheid om een doel te bereiken.

Op 23 maart had ik plotseling een heel andere invalshoek : kunstmatige intelligentie. Via de Turing-test kwam ik op de vraag of kunstmatigheid 'erg' is, wanneer je het verschil met 'echt' niet merkt. Als voorbeeld had ik een aantal interactieve foto's waarin ik eerst het bewerkte (geloofwaardige) eindresultaat liet zien en (als je er met de muis overheen ging) het origineel.

De week daarna, 30 maart, schreef ik een in memoriam, gecombineerd met mijn experimenten met 'mensen in een omgeving'. Bewerkte foto's, maar bewerkingen ter ondersteuning van de inhoud. Van de ongemakkelijkheid van mensen in hun realiteit.

Vorige week, 6 april, had ik een bericht over Serge Ramelli, een meester in kunstmatigheid. Ik heb erg veel van Serge geleerd op technisch gebied, maar vind zijn fotografie jammer genoeg alleen 'mooi'. Van mij mag er wel iets meer knagends of inhoudelijks gebeuren.

Al met al concludeer ik dat ik kunstmatigheid, anders dan ik verwacht had, eigenlijk een heel prettig ding vind. En dan vooral de kunstmatigheid in de zin van voorbedachte, gestructureerde seriematige fotografie, zoals Rineke Dijkstra dat doet. Niet dat ik dezelfde foto's zou kunnen of willen maken, maar de niet-spontaniteit in de series vind ik mooi.

Ook vind ik kunstmatigheid prettig in de zin van bewustheid van inhoudelijke filtering of technische aanpassingen om een doel te bereiken. Uitgangspunt blijft bij mij toch wel dat ik met een beeld iets wil vertellen. Voorafgaand moet je daar over nadenken en keuzes maken. Daar boven op is alles toegestaan. Zeker als je het niet eens door hebt, haha !

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.